Alpe d’HuZes: Verslag vrijwilligers in de keuken

De groep Sallandse vrijwilligers werkt vooral in de keuken van het evenement. Dit is geen gewone keuken zoals in een ziekenhuiz. In de klimhal van het Palais des Sports bovenop de Alpe d’Huez is een gedeelte afgezet voor de koude keuken. Ook worden kleedkamers gebruikt als opslag en als opwarm- en afbakruimte met vijf ovens. Daarnaast is er een tent waar in de open lucht gebakken wordt. Maandag bakten de vrijwilligers daar zo’n 1000 pannenkoeken. Binnen werden 250 komkommers gesneden voor een salade, 150 stokbroden afgebakken en zo’n 1000 porties pasta opgewarmd. Deze voor-, hoofd- en nagerechten werden vervolgens uitgeserveerd aan ruim 1000 gasten in de grote zaal. Chefkok Martijn van Vlodorp begeleidt de groep. In het dagelijks leven werkt hij in Grand Hotel Karel V in Utrecht waar hij ondermeer speciale projecten doet. ‘Ik wilde iets voor niets doen. Van dit evenement krijg ik een goed gevoel. Het is de eerste keer dat ik erbij ben, maar ik was vorig jaar al betrokken bij de voorbereiding: sponsorwerving, teaminstructies, menusamenstelling.’ Voor dit laatste is hij ook dit jaar verantwoordelijk. ‘Ik hou rekening met: vers, voedzaam, vezelrijk en voldoende. Tenslotte rijden veel eters donderdag de berg op.’ Op woensdag staat er daarom pasta bolognese op het menu: veel koolhydraten en weinig vet. Omdat er deze week met zo’n 20.000 kilo eten voor circa 9000 mensen gekookt moet worden, is het noodzakelijk dat de logistiek in orde is. ‘Je houdt rekening met voedselveiligheid, keukencapaciteit en koeling. De koelwagens gingen vorig jaar teveel open en dicht waardoor de temperatuur steeg. Nu hebben we zondag de koelwagen eerst helemaal uitgepakt om te controleren of alles er was en daarna per dag weer ingepakt. Iedere dag hoeven we dus steeds de voorste spullen te pakken.’ Er waren vijf trailers van 16 meter lang nodig voor het eten, keukengerei, dienbladen en bestek, borden en dergelijke. Hoeveelheden? 750 kilo aardbeien, 5000 eieren en een kinderkamer vol kroepoek. Dat laatste is nodig voor vrijdag. Trots: ‘Het klapstuk: Indonesische rijsttafel met veel verschillende gerechten.’ Die dag dineren 1500 mensen. Woensdag wordt de drukste dag met 2300 eters, verdeeld over drie zalen. De chefkok blijft er nuchter onder. ‘Kijk, alle vrijwilligers werken geweldig hard iedere dag en die dag ook. Alle ingrediënten zijn er, het ergste dat kan gebeuren is dat het avondprogramma doorschuift. We werken de komende dagen ernaartoe, iedereen vindt langzaam zijn plekje. Ik ben pas gerust als mensen ontspannen werken. Het fijne aan deze groep is dat ze ervaring van vorig jaar hebben. Ze hebben nuttige tips!’

Deze tekst stond dinsdag 1 juni 2010 in de Sallandeditie van De Stentor.

Dit delen: Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Email this to someone